Aannemer schuldig aan dodelijk ongeval

Op 9 april heeft de rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan (zie: tekst uitspraak) inzake een dodelijk ongeval van een 25 jaar oude medewerker. Het dodelijk ongeval had plaatsgevonden op 14 juni 2016. De medewerker was rioleringswerkzaamheden aan het verrichten in een uitgraving (kuil) van zo’n 2,20 meter diepte. Bij het uitklimmen begon de grond te schuiven en is de medewerker gevallen en bedolven onder de grond met de dood tot gevolg.

De rechtbank stelt vast dat de aannemer op de hoogte was van de risico’s bij grondwerkzaamheden en van de geldende richtlijnen ter voorkoming van instorting. De rechtbank stelt vast dat, ondanks deze wetenschap, de benodigde veiligheidsmaatregelen niet zijn toegepast. Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat door de aannemer opzettelijk is gehandeld.

Met name de constatering dat er sprake is van ‘opzettelijk handelen’ is schokkend. De vraag die dit oproept is wat de beweegredenen zijn geweest voor de aannemer om zo te handelen? De kennis van het Arbobesluit, de Abomafoon publicatie 2.06 en de CROW-publicatie 335  was aanwezig. De aannemer wist welke veiligheidsmaatregelen (stut en/of taludvoorzieningen) hij had moeten nemen. De aannemer geeft ons enig inzicht in zijn beweegredenen en voert ter verdediging aan: “We hebben visueel beoordeeld dat het naar onze mening goed genoeg was. Er is inderdaad niet voor bekisting gekozen, omdat ik ervan uitging dat het op deze manier kon. Ik ben bekend met de Abomafoon en de CROW-richtlijnen”.

Een ander aspect, dat niet in de uitspraak voorkomt, is waarom de 25-jarige medewerker zich bloot stelde aan dit risico? Hij had toch gewoon moeten weigeren om in de kuil te klimmen? Een iets te eenvoudige redenering. Lees ons artikel over de moderne slaaf maar eens. Het voor een medewerker weigeren of tenminste ter discussie stellen van het uitvoeren van een onveilige handeling vraagt veel van de cultuur. Is hem om zijn mening als vakman gevraagd? Lees hierover in ons manifest. Was er ruimte om vragen te stellen over veiligheid en wat was dan de kwaliteit van het gesprek? Of was de reactie van de leidinggegevende: “Ja, maar het werk moet wel gebeuren”, of heerst er de overtuiging:  ‘je moet hier niet te veel zeuren”? De ‘tone at the top’ is bepalend voor de veiligheidscultuur. Wellicht was er al veel vaker zonder stut of taludvoorzieningen gewerkt en is de norm vervaagd? Lees in deze context ook eens het artikel ‘drift into failure‘.

Waar is deze uitspraak relevant voor Vlink en de werkzaamheden in het Groningse aardbevingsdossier? Een tweetal observaties :

  • Werken in putten, kuilen, uit- of afgravingen is risicovol en vraagt een degelijke voorbereiding en risico-inventarisatie in combinatie met adequate maatregelen. Qua risico’s en aanpak is dit werk te vergelijken met het werken op hoogte, zoals bijvoorbeeld met verreikers of hoogwerkers, het werken in besloten ruimtes, zoals kelders of kruipruimtes, of hijswerkzaamheden. Wij noemen dit ‘safety critical activities’. Bij dit soort activiteiten wil je niet marchanderen met de veiligheidsmaatregelen. Je voert ze veilig uit of niet. Het zijn letterlijk ‘killer items’.
  • Helaas zien we in de uitvoering van de werkzaamheden in het Groningse aarbevingsdossier ook voorbeelden die een rechtbank, na een ernstig of dodelijk ongeval, vermoedelijk zou classificeren als ‘opzettelijk handelen’. Opdrachtgevers en aannemers in het Groningse staan namelijk willens en wetens toe dat:
    • medewerkers uit de verreikerbak stappen en zich op schuine daken begeven tijdens schoorsteenklussen
    • medewerkers zich onder vloeren in nauwe kruipruimtes begeven waarbij de geldende wetgeving met handen en voeten wordt overtreden
    • er over personen, of huizen met daarin bewoners, materiaal wordt gehesen

De aannemer en opdrachtgever die op 14 juni 2016 door opzettelijk handelen de dood van een 25-jarige medewerker hebben veroorzaakt zijn hiervoor veroordeeld. De moeder van het slachtoffer gaf tijdens de rechtzitting aan dat het tragische ongeval bij haar een niet op te vullen emotionele leegte achterlaat. Zij, maar ook andere familie en bekenden, zullen het slachtoffer voor altijd moeten missen.

Een aantal van de vragen die Vlink tijdens haar werkzaamheden aan aannemers en opdrachtgevers voorlegt zijn:

  • Wat betekent verantwoord opdrachtgever- en opdrachtnemerschap?
  • Wat zijn de ‘killer items’ tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden? Welke veiligheidsmaatregelen horen daarbij? Ben je bereid de consequenties in tijd en geld hiervan te aanvaarden?
  • Waarom zou je willens en wetens afwijken van bestaande wet- en regelgeving?
  • Welke belemmerende overtuigingen staan veilig werken in de weg?

Lastige vragen. Maar voor Vlink vragen die er toe doen en die oproepen tot reflectie op het eigen handelen met betrekking tot het willen volgen van wet- en regelgeving en die helpen te reflecteren op de morele aspecten van leidinggeven aan veiligheid.

Geïnteresseerd? Neem contact op met het Vlink ondersteuningsteam.

 

 

By |15 april 2018|Blog|0 Reacties

Laat een reactie achter